UA-58898312-1

Nonduale benadering en autisme

Het mooie aan nonduale coaching vind ik dat het mensen bij de kern brengt van alle laagjes die je af kunt pellen om bij de pijn te komen en deze op te lossen.

Ik begeleid een man van middelbare leeftijd met autisme. We zijn als maatschappij gewend geraakt om mensen te zien vanuit iets dat stuk is en hier een labeltje aan te geven. Ik gebruik daarom het labeltje om het in perspectief te zetten. Meneer is zelf ook gaan geloven dat hij stuk is. Nonduale coaching kijkt meer vanuit heelheid. Hier wil ik hem in meenemen maar hiervoor mag hij eerst de pijn aankijken. Als we deze stap overslaan dan blijft dit een blokkade die terug blijft komen, met alle triggers die de pijn blijven oproepen.

Ik deed niets, niets doen als interventie vanuit presentie en aandacht. Kijkend vanuit de ogen dat meneer precies zo is als hij moet zijn. Vertrouwende dat alles precies zo loopt in het tempo waarin het moet lopen en dat meneer door samen te kijken middels oefeningen en vragen bij zijn eigen wijsheid komt.

Zijn verhaal is dat hij in paniek raakt wanneer op zijn vrijwilligerswerk de beroepskracht afwezig is. Zijn houvast valt weg en er ontstaan bij hem op zo’n moment duizenden vragen waardoor hij de focus verliest. Dit probeert hij obsessief terug te krijgen door alleen nog maar ruimte te hebben voor deze vragen, waardoor hij bot kan reageren op deelnemers.

We komen er samen achter dat hij de verantwoordelijkheid die op de schouder van de beroepskracht hoort, op zijn eigen schouder zet.
We komen erachter dat hij angstvallig de controle probeert terug te krijgen middels deze vragen omdat hij bang is dat hij flipt tegen een deelnemer en dat hij dan niet meer naar zijn vrijwilligerswerk mag komen.

Wat hieronder blijkt te zitten is een kindpijn van eerdere ervaringen waarin hij op eenzelfde wijze werd afgewezen voor het in paniek raken en niet begrepen worden. Uiteindelijk komen we bij de overtuiging hieronder terecht. Verantwoordelijkheid voelen op zijn vrijwilligerswerk is terug te leiden naar het idee te moeten compenseren voor zijn “falen” vanwege zijn “autisme”.

Hier ontdekken we samen het verhaal en het perspectief wat hij geplakt heeft op alles wat hieruit voortkomt. Het verhaal van stuk zijn en zich daar schuldig in voelen en altijd extra je best moeten doen om dat te compenseren. Is het waar dat je stuk bent? Heb jij daar schuld aan? En wat als het waar is? Wat is het ergste dat er dan kan gebeuren?

Uiteindelijk ontdekt meneer hier zelf dat hij in een verhaal zit en dat waar hij bang voor is, hij best kan dragen.
Daar hebben we de kern te pakken van zijn lijden. Het gaat niet om harder je best doen, dingen afleren, of minder verantwoordelijk voelen.
Het gaat over precies goed zijn zoals je bent. Het gaat om je eigen verhaal wat lijden creëert te doorzien, zodat het lijden zich op kan lossen en je jezelf weer kan zien vanuit compleetheid. Dit kan pas als je je eigen verhaal doorvoelt en doorziet.

Niet weten als interventie

Bij de vraag ” hoe voel je je?” voel je misschien verwachting, en je voelt spanning en je voelt verdriet, en je voelt dat het fijn is dat iemand belangstelling heeft enz.

Bij deze coachee gebeurde er iets heel moois. Ze voelde weerstand, haar mind blokte. Ze sprak dit uit en ik bedankte haar voor haar antwoord.  Verbaasd keek ze me aan. Ik bedankte haar dat haar weerstand en geen antwoord hebben, ook een antwoord mochten zijn. Dit antwoord bleef ze herhalen, en ik bleef haar bedanken. Ze bleef de vraag ontwijken en was zich hier bewust van. Op een bepaald moment leek haar veroordeling hierop in de weg te zitten waardoor ik haar uitnodigde door te gaan zodat ze er doorheen kon. Vervolgens ontstond er een lange stilte. In mij genoot ik. Ze was duidelijk niet meer bezig met te moeten antwoorden of met de weerstand, ze was oprecht contact aan het maken met haar gevoel. Eigenlijk iets waar haar project haar voor uitnodigde, maar waar ze toen vooral contact maakte met wat er van haar werd verwacht ipv wat zij nodig had.  In mij ontstond dat ik haar zo gunde dat dat het antwoord mocht zijn, en ze kon voelen dat ze er al was hier in het nu, door niets te doen en niets te weten. Dit gebeurde niet, en ik moest mezelf inhouden het niet terug te geven en haar proces te manipuleren. Als ik ga invullen of aanreiken dan stap ik uit de visie van heelheid. En zeg ik, jij bent stuk, jij weet het niet dus ik ga jou helpen. En eigenlijk doe ik dat omdat ik zelf vanuit ego wil dat wat ik  met iemand aan het doen ben helpt. De nonduale visie nodigt mij uit om het “niet hoeven weten”, en het “niet hoeven oplossen” volledig te accepteren van die ander maar ook van mezelf. Ik kan nooit space holden voor een ruimte van acceptatie als ik daar zelf niet ben. Na de inquiry kon ze aangeven dat het tekort een uitnodiging voor acceptatie was geworden. 

Omgaan met agressie

Ik heb veel gewerkt met agressieve mensen. 

Er zijn veel mensen die op agressie reageren met afwijzing of met wederzijdse agressie. “Ik wil je hier niet meer zien” of “Als jij zo tegen mij praat dan stopt het gesprek.”

Het is goed om als professional je grenzen trouw te zijn en voor je veiligheid te zorgen als het gaat om agressie.

Er zijn alleen ook mensen die dusdanig getraumatiseerd zijn dat ze agressie een coping stijl is geworden.

Bijna altijd vanuit het gevoel van afwijzing, wat heel snel getriggerd wordt.

Wat zou er gebeuren als we iemand vanuit heelheid zouden benaderen? Dat we agressie begrenzen maar boosheid uitten bevorderen. Dat we mensen tools aanreiken en helpen de boosheid te uitten op een goede manier?

Ik begeleide een man die nergens meer binnen mocht. Niet bij de huisarts, niet bij de GGZ, niet bij de gemeente. Meneer had vermoedelijk een verstandelijke beperking.

Vanuit mensenkennis kon ik zien dat hij bedreigend overkwam maar het niet zo bedoelde. Hij praatte namelijk in de derde persoon. Voorbeeld: “Moet ik jou kind eens op sluiten?” Hij bedoelt te zeggen: “kan je je voorstellen hoe het is als ze jou kind hebben opgesloten?”

Natuurlijk zorgde ik tijdens onze afspraken voor een veilige locatie. Ik sprak met hem af dat hij 10 minuten ruimte kreeg om boos te zijn. Ik sprak ook met hem af dat wanneer hij de volumeknop voorbij ging dat de beveilig dan even zou komen kijken of alles nog goed met ons ging.

Ik was alleen maar aanwezig bij zijn boosheid. Niet veroordelend, niet afwijzend.

Aan het einde van het gesprek bedankte hij mij vaak voor het luisteren en zei hij altijd “sorry dat ik zo boos ben, maar ik ben niet boos op u hoor.”

Tegenover me zat een man een kop kleiner dan ik. Die nooit gehoord is en zich groot en luid denkt te moeten maken om te mogen bestaan.